Wat is een defibrillator?

Laatste wijziging: 18 maart 2022

Een inwendige defibrillator of ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator) is een speciaal soort hartstimulator dat wordt geïmplanteerd bij mensen die lijden aan levensgevaarlijke ritmestoornissen zoals ventriculaire (kamer) fibrillatie of ventriculaire (kamer) tachycardie. Wanneer het toestel deze ritmestoornis detecteert, reageert het met een afgifte van een elektrische schok, waardoor het hart weer naar zijn normale ritme terugkeert.

 

Bij een snelle kamer tachycardie en bij kamer fibrilleren trekken de kamers niet meer samen. De bloedsomloop ligt dan stil en het lichaam krijgt geen zuurstof meer, je wordt duizelig en verliest het bewustzijn. Dan is er sprake van een hartstilstand. Een ICD reageert bij een levensbedreigende ritmestoornis van de kamers vrijwel onmiddellijk. Wanneer de ICD een abnormaal snel kamerritme (tachycardie) of een chaotisch ritme van de kamer (fibrilleren) signaleert, dan geeft het apparaat binnen 15 seconden een schok. Indien nodig wordt dit met tussenpozen van 10 tot 15 seconden herhaald. Meestal is het hartritme na 1 of 2 schokken weer normaal.

Als de ritmestoornis in de kamers niet levensbedreigend is (kamertachycardie), probeert de ICD het hartritme met kleinere elektrische prikkels te herstellen. Als de stoornis daar niet op reageert of erger wordt, geeft de ICD alsnog een schok. Meestal voel je de schok niet, omdat je door een snelle kamertachycardie of kamerfibrilleren al buiten bewustzijn bent geraakt. Als je nog bij bewustzijn bent, voel je de schok als een flinke klap op de borst of als een elektrische schok die je krijgt wanneer je een draad zou vastpakken waar stroom op staat. Dit duurt enkele seconden. De arts zal het toestel zo instellen dat enkel een schok gegeven wordt als dat echt noodzakelijk is. De ICD treedt ook in werking bij een te trage hartslag (bradycardie). Hij werkt dan als een normale pacemaker

.De ICD is een klein schijfvormig metalen toestelletje, met één of meerdere elektroden (een soort van kabels). In het toestel zit er een batterij die gedurende verschillende jaren in staat is om elektrische impulsen uit te zenden. 

Responsive Image
Figuur 1: ICD zonder electroden

De werking van de ICD is mogelijk via de elektroden die in het hart zitten en die signalen detecteren en impulsen kunnen afgeven. Er zijn 4 types van ICD's dat een elektrofysioloog kan implanteren, afhankelijk van de indicatie.

 

  • Eénkamer ICD: dit type ICD heeft slechts 1 elektrode die contact maakt met de rechtervoorkamerwand. Deze defibrillator wordt geplaatst als er een risico bestaat op levensbedreigende snelle ritmestoornissen, maar er geen trage hartritmes aanwezig zijn.

 

  • Tweekamer ICD: hierbij zijn er twee elektrodes. Eén in de rechterkamer en één in de rechtervoorkamer. Deze defibrillatoren worden gebruikt bij mensen bij wie er naast levensbedreigende snelle ritmestoornissen ook trage hartritmes aanwezig zijn.

 

  • Subcutane ICD: dit is een relatief nieuw type van  ICD. Hierbij wordt het toestel zelf aan de linkerkant van de borstkas geplaatst tussen het ribbenrooster en een spier. De elektrode vertrekt vanuit het toestel aan de linkerkant van de borstkas en wordt onderhuids geplaatst tot bij het hart. Het uiteinde van de elektrode bevindt zich onder de huid, op een spier net voor het ribbenrooster.  Een aantal verwikkelingen die kunnen voorkomen bij een traditionele defibrillator (zoals klaplong of beschadiging van de vaat- en hartwand) kunnen bij een S-ICD niet meer optreden.

 

  • Biventriculaire ICD: bij deze ICD is er nog een derde elektrode in de afvoerader van het hart, die naar de linkerzijde loopt om de linkerkamer te stimuleren. Dit type defibrillator wordt geïmplanteerd bij sommige mensen die naast levensbedreigende snelle ritmestoornissen ook gekend zijn met hartfalen. Bij een bepaald type van hartfalen trekken linker- en rechterhartkamer niet meer synchroon samen, zodat de pompwerking van het hart verslechtert. De pacemakerfunctie in de biventriculaire defibrillator geeft gelijktijdig een prikkel af aan de linker- en rechterkamer, zodat deze weer synchroon samentrekken, en de pompfunctie van het hart verbetert. Een biventriculaire ICD wordt ook wel een CRT-D genoemd (Cardiale Resynchronisatie Therapie).
Responsive Image
Figuur 2: typen ICD