Elektrofysiologisch onderzoek

Laatste wijziging: 17 maart 2022

Bij de elektrische prikkelgeleiding kunnen verschillende problemen optreden, wat kan resulteren in hartritmestoornissen die onschuldig of levensbedreigend kunnen zijn. Bij klachten die kunnen wijzen op een hartritmestoornis of wanneer men een probleem vermoedt met het hartritme, kan met behulp van een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) nagegaan worden of er een hartritmestoornis aanwezig is en om welk type ritmestoornis het dan gaat. Tijdens dit diagnostisch onderzoek wordt de elektrische activiteit op verschillende plaatsen in het hart gemeten om mogelijke hartritmestoornissen op te sporen. Hiervoor wordt er een katheter met electroden via een ader tot in het hart gebracht, meestal in de rechtervoorkamer en de rechterkamer.

 

Voorbereiding van het onderzoek

Voor het innemen van jouw medicatie is het belangrijk dat je het advies van jouw behandelend cardioloog goed opvolgt. Sommige geneesmiddelen voor het hart dien je namelijk 2 tot 3 dagen vóór het onderzoek te stoppen. Het betreft dan vooral medicatie die het hartritme regelt en bloedverdunnende medicatie. Indien hier onduidelijkheid over bestaat, neem je best contact op met jouw cardioloog vóór het onderzoek. Tijdens je hospitalisatie zal er een bloedname, elektrocardiogram, en zo nodig, nog een radiografie van hart en longen gepland worden ter voorbereiding van het EFO. Ook zal de liesregio geschoren worden om een goede ontsmetting mogelijk te maken, zal er een infuus geplaatst worden in de arm en word je van een monitor voorzien die het hartritme op afstand volgt (= telemetrie).    

 

Verloop van het onderzoek

Bij dit onderzoek is doorgaans een ziekenhuisopname van 1 tot 2 dagen nodig. Op het cathlab zal de elektrofysioloog samen met gespecialiseerde verpleegkundigen het EFO uitvoeren. Voor een EFO moet je nuchter zijn. Het EFO gebeurt meestal onder lokale verdoving en duurt ongeveer een uur.

 

Tijdens het onderzoek word je voortdurend gemonitord door middel van electroden die jouw hartritme opvolgen. Deze electroden (klevers) worden van zodra je op de onderzoekstafel ligt op jouw lichaam aangebracht. Deze worden met kabeltjes verbonden aan monitors (computerschermen) om de signalen van het hart in beeld te brengen. Daarna worden de liezen ontsmet en word je toegedekt met een steriel laken.

Responsive Image

De liesstreek wordt plaatselijk verdoofd. Om aan het hart te geraken en de ritmestoornis te kunnen opsporen, worden er vervolgens meerdere katheters (buigzame slangetjes) vanuit de lies via een ader (bloedvat) naar het hart opgeschoven. Met behulp van röntgenstralen kan de positie van de katheters in het hart worden weergegeven. Met deze katheters kan men de extra elektrische activiteit in het hart registreren. Om de juiste plaats van de kortsluiting te lokaliseren, dient de elektrofysioloog eerst medicatie toe of gebruikt hij elektrische impulsen om de ritmestoornis op te wekken. Indien men de ritmestoornis kan opwekken, kan men vervolgens de aard van de ritmestoornis en de locatie ervan bepalen. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek zal dan de juiste behandelingsstrategie voorgesteld worden. 

 

Het is mogelijk dat je tijdens de uitgelokte hartritmestoornis klachten ervaart zoals hartkloppingen, kortademigheid en/of duizeligheid. Indien de uitgelokte ritmestoornis niet vanzelf stopt, zal de arts hiervoor medicatie geven of via de katheter enkele elektrische impulsen toedienen om dit te doen stoppen. Indien hierdoor de ritmestoornis niet stopt of indien je het bewustzijn verliest, zal men je een elektrische shock (elektrische cardioversie) toedienen die het normale hartritme weer herstelt. Indien dit zich voordoet zal je onder een lichte narcose gebracht worden, zodat je hiervan niets kan voelen.  

 

Risico’s

Een EFO is een relatief eenvoudig onderzoek dat weinig risico inhoudt. De meest voorkomende complicatie na het onderzoek is een bloeduitstorting in de lies (hematoom) (1-2%). Om dit te voorkomen krijg je een extra stevig drukverband na de procedure. Ernstigere complicaties zijn zeer zeldzaam (veel minder dan 1%). Omdat er met röntgenstralen gewerkt wordt, wordt dit onderzoek niet gepland bij zwangere vrouwen.

 

Na de procedure

Vlak na de procedure worden de katheters verwijderd, worden de prikgaatjes in de lies stevig afgedrukt om een bloeding te voorkomen en word je naar de recovery gebracht. Eens je naar de kamer mag, wordt er gevraagd om de dag zelf in bed te blijven liggen (een zestal uur bedrust) zodat de wonde in jouw lies kan genezen. 

 

Je dient minstens één nacht te blijven ter observatie. Nadien wordt er gevraagd om nog even rustig te doen vanwege de wonde in de lies. Dus niet fietsen, sporten, zwemmen of zware dingen tillen. Dit om nabloeding in de lies te voorkomen. Na 1 week mag je alle activiteiten hervatten. Meestal wordt er standaard drie dagen werkonbekwaamheid voorgesteld. Neem bij nabloeding, pijn, onwelzijn of andere klachten contact op met jouw huisarts of behandelende cardioloog.