Orgaandonatie

Wegnemen van organen en/of weefsels bij levende donoren

De meeste transplantaties gebeuren met een donornier van iemand die overleden is (een kadavernier). Maar transplantaties kunnen ook gebeuren met een levende donor. Meestal is dit iemand van de familie (broer, zus, ouder, echtgenoot) die een nier afstaat voor een geliefde. Het voordeel van een transplantatie met een levende donor is dat men de meestal lange wachttijd voor een transplantatie kan vermijden. Meer informatie over de problematiek van transplantatie en donatie vind je op de website van UZ Leuven.


Transplantaties gebeuren niet in het Jessa Ziekenhuis zelf, maar enkel in Universitaire centra. Enkele maanden na een succesvolle transplantatie kan de opvolging wel verder in Hasselt gebeuren.

 

Wegnemen van organen en/of weefsels bij overlijden

Orgaan-of weefseltransplantaties kunnen mensenlevens redden en de kwaliteit van bepaalde handelingen verhogen.

In België geldt sinds 1986 een wet die het wegnemen van organen voor transplantatie regelt. Het principe is dat van ‘veronderstelde toestemming’. Met andere woorden: wie zwijgt, stemt in. Elke meerderjarige Belg wordt verondersteld akkoord te zijn om na zijn overlijden een mogelijke donor te zijn. Als je tijdens je leven geen formeel of informeel verzet aantekent, hebben artsen na je overlijden dus het recht om je organen weg te nemen. Het wegnemen van organen en/of weefsels moet bij overleden patiënten niet vooraf met de familie worden besproken.

Je kunt uitdrukkelijk melden dat je orgaan- of weefseldonor wilt zijn. Je kan ook expliciet melden dat je weigert om orgaan- of weefseldonor te zijn. Wil je zekerheid, ga dan langs bij het gemeentehuis en laat je wens registreren in het nationaal register.

Nog beter is gewoon openlijk praten over orgaandonatie. Bespreek het thema met je partner, familie en naasten. Als zij weten hoe je erover denkt, kunnen ze jouw beslissing respecteren.