Zwanger worden blijkt lastiger dan 9 jaar geleden

Het aantal vrouwen dat bij Jessa beviel en niet op een natuurlijke manier zwanger geraakte, is de voorbij jaren flink gestegen. In 2020 kwam er bij 8,8% een hormoonbehandeling of een kunstmatige bevruchting aan te pas. In 2012 ging het nog om ‘slechts’ 5%. Het aantal tweelingen dat geboren wordt na kunstmatige bevruchting daalde sterk. 3,1% in 2020 tegenover 15% in 2012. Dat komt omdat er de jongste jaren slechts 1 bevruchte eicel in plaats van 2 wordt teruggeplaatst.

 

Algemene cijfers

De zogenaamde corona-babyboom tekent zich nog niet af in de cijfers van 2020. Er werden 1485 kindjes geboren (45 minder dan vorig jaar).

Van de 1485 pasgeborenen waren er 736 jongens (49,6%) en 749 (50,4%) meisjes. Er waren 1464 bevallingen waarbij 1443 eenlingen werden geboren. 21 ouders zetten een tweeling op de wereld.

Voor 47,9% was het hun eerste kindje, voor 37,8% het tweede kindje, 10,2% het derde kindje, 2,8% het vierde kindje en 1,2% vijfde of meer kindje in rij.

 

Borstvoeding populairder dan ooit

8 van de 10 mama’s die het ziekenhuis verlaten, geven hun pasgeboren spruit borstvoeding.
Renilde Cox, hoofdvroedvrouw: “84,5% start op met borstvoeding. Een kleine 15% kiest vanaf de start voor kunstvoeding om niet-medische redenen, en dat vinden we als ziekenhuis natuurlijk ook prima. Toch zijn we enorm blij met de 80,5% van de mama’s die bij het verlaten van het ziekenhuis minstens gedeeltelijk borstvoeding geven.”

 

Minder spontane zwangerschappen

In 2020 raakte 91,2% (t.o.v. bijna 95% in 2012) van de vrouwen spontaan zwanger. Bij 2,1% (t.o.v. 0,8% in 2012) was er een hormonale behandeling nodig en bij 6,7% (t.o.v. 4,2% in 2012) van de zwangerschappen vond er een kunstmatige bevruchting plaats (ICSI en IVF). Kortom, we zien een duidelijke toename van zwangerschappen die een handje hulp nodig hebben.

 

Geen twee maar één

Vorig jaar resulteerden 97 kunstmatige bevruchtingen slechts 3 keer in een tweeling: dat is 3,1%. In 2012, toen er minder kunstmatige bevruchtingen waren, lag het aantal tweelingen na kunstmatige bevruchting een stuk hoger: met 15,1%.
De trend die zich aftekent, is logisch te verklaren: waar enkele jaren geleden veel frequenter tweelingen voorkwamen bij kunstmatige bevruchtingen, is dat nu niet meer zo duidelijk. De vooruitgang in technieken en de wettelijke bepalingen zorgen ervoor dat er tegenwoordig vaker slechts 1 in plaats van 2 embryo’s wordt teruggeplaatst.

 

Spontane bevalling vs keizersnede

In 2020 gebeurde 71,5% van de bevallingen spontaan. Een keizersnede was nodig bij 23%. Bij 5,1% van de gevallen paste men vacuümextractie (de ‘zuiger’) toe. Vooral die laatste methode wordt minder gebruikt doorheen de jaren (in 2012 nog 7,4%).


Een mooie evolutie zien we in episiotomie (de vaginale knip): van 44,2% in 2012 tot 26,5% vorig jaar.

Overzicht actueel nieuws