Van gezonde slaap naar slapeloosheid

slaaplabo slapeloosheid Slaap is opgebouwd uit verschillende stadia met elk hun specifieke EEG kenmerken. Tijdens de nacht doorlopen we 4-6 cycli elk opgebouwd uit niet-REM (Rapid Eye Movements) en REM slaap. In de niet-REM slaap onderscheiden we oppervlakkige slaap (stadium 1 en 2) en diepe slaap (stadium 3 en 4). De verdeling hiervan over de nacht wordt weergegeven in een hypnogram.

 

Meerdere factoren beinvloeden de slaapstructuur en de slaapkwaliteit. Zo zien we met het ouder worden een meer oppervlakkige en onderbroken slaap. Alcoholinname verkort de slaaplatentie ("slaapmutsje"), in de tweede helft van de nacht is de slaap echter oppervlakkig en gefragmenteerd.


Naast de slaapkwaliteit is ook de slaapduur van belang. Algemeen wordt aangenomen dat we gemiddeld 7-8 uur slaap per dag nodig hebben. De slaapnood is evenwel individueel verschillend en wordt beinvloed door de leeftijd.

 

De slaap-waak cyclus wordt gereguleerd vanuit de interactie tussen interne en externe factoren. De voorgaande slaap-waak cyclus beinvloedt een homeostatisch proces dat zorgt voor een behoud van optimale slaap (compensatie). Daarnaast is er een circadiaan proces dat beinvloedt wordt door het tijdstip van de dag (biologische klok). Sociale factoren en de licht-donkercyclus zijn belangrijke externe determinanten van slaap.

 

Onze moderne levensstijl heef ertoe geleid dat de voorbije eeuw onze slaapduur verminderd is van gemiddeld 9 naar 7 uur. Daarnaast  zijn er heel wat slaappathologieen (waaronder insomnia en slaapapnoe) die slaaptekort in de hand werken. De gevolgen ervan zijn niet te onderschatten. Slaperigheid beinvloedt het cognitief functioneren met verhoogd risico op verkeers-en werkongevallen met vaak rampzalige gevolgen. Slaaptekort is ook geassocieerd met een verhoogde prevalentie van obesitas, diabetes mellitus en hypertensie (metabool syndroom).

 

Insomnia is één van de frekwentste slaapstoornissen. In-en/of doorslaapstoornissen, te vroeg ontwaken en slechte slaapkwaliteit hebben een weerslag op het functioneren overdag. Wanneer dit langer dan één maand aansleept spreken we van chronische insomnia. Secundaire oorzaken moeten uitgesloten worden: medische en psychiatrische stoornis, omgevingsfactoren en intrinsieke slaapstoornis. Insomnia is een nog te vaak onderschat probleem. Gezien de nadelige gevolgen op psychische en fysische gezondheid is behandeling essentieel. Bovendien is insomnia in 75% van de gevallen niet zelf-limiterend. De pharmacotherapie is reeds lang bekend en vlot toegankelijk, maar is niet zonder nevenwerkingen. Voor de lange termijn therapie gaat de laatste jaren dan ook meer aandacht naar de cognitieve gedragstherapie.