Verloop van het slaaponderzoek

Het aanbrengen van de elektroden voor de metingen is pijnloos. De elektroden worden zo bevestigd dat ze zo weinig mogelijk hinderen bij het bewegen tijdens de slaap. De meeste mensen slapen goed.

Er worden elektroden bevestigd op gelaat en hoofd om te bepalen wanneer en hoe diep u slaapt, op de borst om het hartritme te volgen, op de benen voor het registreren van onwillekeurige bewegingen die de slaap soms kunnen verstoren, op de vinger voor het meten van het zuurstofgehalte in het bloed.

 

De ademhaling wordt gemeten ter hoogte van neus en mond en door middel van rekbanden rond borst en buik. Een snurkmicrofoon wordt bevestigd.

Er is een camera op u gericht die videobeelden maakt  van de slaap die kunnen helpen bij de analyse van het slaaponderzoek.  Deze beelden worden achteraf vernietigd.

U verwittigt de verpleegkundige wanneer u moe wordt en wenst te gaan slapen. U wordt dan aangeschakeld aan de computer die alle metingen registreert, het licht wordt gedoofd en het onderzoek start op. Indien u 's nachts naar het toilet moet, belt u de verpleegkundige die u losmaakt van de computer en na het toiletbezoek ook weer aanschakelt. Het kan zijn dat u na een beloproep even moet wachten omdat er meestal maar 1 verpleegkundige de dienst waarneemt 's nachts.

's Ochtends kan u om praktische redenen het ziekenhuis pas verlaten na 8 uur. Een ontbijt is voorzien en er is gelegenheid tot douchen. Indien er nog een onderzoek gepland is, wordt u hiervan door de arts of verpleegkundige op de hoogte gebracht.

Een correcte analyse van het slaaponderzoek vraagt veel tijd. Het resultaat van het onderzoek wordt  zo snel mogelijk (ten laatste binnen 2 tot 3 weken) verstuurd naar de huisarts en de verwijzende specialist.

Indien u het resultaat wenst te bespreken met dr. Weytjens, kan dit via de raadpleging.