Indicaties voor polysomnografie

 

Polysomnografie is de simultane registratie van neurofysiologische en cardiorespiratoire variabelen tijdens de slaap.

 

Meer en meer centra in Belgie beschikken over de mogelijkheid om polysomnografie te verrichten. Niet elke patient met een slaapstoornis dient evenwel polysomnografie te ondergaan.

 

Het is vooreerst klinisch handig om de klacht van de patient onder te brengen in één van de drie volgende groepen: insomnie, hypersomnie of parasomnie.

 

Insomnie

 

Bij insomnie is polysomnografie doorgaans niet geindiceerd tenzij er argumenten zijn voor slaapapnoe, "periodic limb movements" of paradoxale insomnia. De diagnose kan in de meeste gevallen gesteld worden op basis van een gedetailleerde anamnese waarbij men er rekening mee moet houden dat 50% van de insomnieklachten een psychiatrische oorsprong hebben.

 

Hypersomnie

 

In geval van hypersomnie is polysomnografie aangewezen bij de meeste patienten. Indien er vermoeden is van narcolepsie dient de polysomnografie te worden aangevuld met een "multiple sleep latency test". Narcolepsie is een zeldzame neurologische aandoening die meestal op jongere leeftijd start. Kenmerkend zijn naast hypersomnolentie, cataplexie, slaapparalyse en hypnagoge/hypnapompe hallucinaties. De slaap is gefragmenteerd maar verkwikkend. HLA-typering en dosage van hypocretine-1 in cerebrospinaal vocht kunnen bijdragen tot de diagnose.

 

De frekwentste indicatie voor polysomnografie is het obstructief slaapapnoesyndroom (OSAS). Recidiverende episodes van partiele of volledige pharynxcollaps veroorzaken slaapfragmentatie. Typische klachten zijn luid snurken met "witnessed" apnoes door de bedpartner en hypersomnolentie, bij een obese man van middelbare leeftijd. Dergelijke patienten hebben een verhoogde cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Kliniek is gevoelig maar te weinig specifiek om een zekerheidsdiagnose te stellen. Polysomnografie wordt daarom nog steeds beschouwd als de gouden standaard voor diagnose. Ook in de evaluatie van de behandeling van OSAS wordt gebruik gemaakt van polysomnografie.

 

"Periodic limb movements" syndroom (PLMS) kan door slaapfragmentatie klachten van hypersomnolentie geven. Vaak gaat PLMS samen met "restless legs" syndroom (RLS) waarbij anamnese diagnostisch is. Bij PLMS zonder typische anamnese van RLS zijn neurologisch nazicht (neuropathie?) en polysomnografie (OSAS? narcolepsie?) aangewezen.

 

Parasomnie

 

Bij de diagnose van parasomnie is polysomnografie (met videoregistratie) enkel aangewezen wanneer de abnormale gedragingen een gewelddadig karakter hebben of wanneer in de differentiaal diagnose gedacht wordt aan epilepsie. Ook bij de aanpak van snurken is er een indicatie voor polysomnografie zo er hypersomnolentie of "witnessed" apnoes zijn, bij zeer luid snurken met comorbiditeit en vóór een ORL ingreep.