Normale slaap

Onze slaap kent een zekere slaapstructuur die opgebouwd is uit verschillende slaapcycli. Tijdens zo’n slaapcyclus volgen lichte slaap, diepe slaap en droomslaap elkaar op. We maken 4 tot 6 slaapcycli door per nacht.

 

Bijkomend is onze slaapstructuur opgedeeld in kernslaap en restslaap. In de kernslaap komen we tot het meeste herstel. Het is het eerste gedeelte van onze slaap, waarin bijna alle diepe slaap geconcentreerd zit. De restslaap is dan het tweede gedeelte van onze slaap, waarin vooral lichte slaap en droomslaap elkaar afwisselen.

 

In verhouding tot onze totale slaap hebben we ongeveer 20% diepe slaap en 25% droomslaap per nacht.

Het  is ook normaal dat we tussen de slaapfases door korte momenten van ontwaken kunnen ervaren. 

 

foto hypnogram

 

Onze slaap-waakcyclus

Twee processen sturen onze slaap-waakcyclus aan:

 

Homeostatische regulatie of het opbouwen van onze slaapschuld

Hoe langer we wakker zijn en hoe actiever we zijn geweest, hoe groter onze slaapschuld is en bijgevolg onze slaapbehoefte; we hebben dan meer kans op goed in- en doorslapen.

 

Biologische klok

Dit is de hersenstructuur die ervoor zorgt dat in ons lichaam alle processen optimaal werken in functie van het tijdstip van de dag, en we kunnen wakker zijn en slapen op het moment dat dit moet gebeuren binnen ons 24 uur ritme. Dit proces wordt beïnvloed door de licht/donkercyclus en kan verstoord worden door sociale en werkgerelateerde verwachtingen, vb. shiftwerk. Het bepaalt ook de individuele verschillen tussen mensen: ochtend- en avondmensen.

 

quote

 

 

 

Algemeen wordt aangenomen dat we gemiddeld 7-8 uur slaap per dag nodig hebben. Er zijn evenwel mensen die met minder dan 6 uur slaap toekomen (kortslapers) en anderen die meer dan 9 uur nodig hebben (langslapers) om uitgerust te zijn.

 

Slaap verandert met het ouder worden

De slaapduur en –structuur ondergaan aanzienlijke veranderingen in functie van de leeftijd, vooral tijdens de kinderjaren. Ook de timing van de slaap verandert; adolescenten worden meer avondmensen en bejaarden meer ochtendmensen. Met het ouder worden slapen we minder diep en worden we vaker en langer wakker tijdens de nacht. Dit mag niet steeds verward worden met een slaapprobleem.

 

Slaap is een 24-uursgebeuren

Zoals onze dag gaat, gaat onze nacht en omgekeerd; het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Onrust van de dag nemen we mee in de nacht. Daarom zijn het inbouwen van pauzemomenten overdag en het afbouwen van intensieve activiteiten 1 à 2 uur voor het slapengaan belangrijk. Alcohol kan het inslapen bevorderen (slaapmutsje), maar later in de nacht wordt de slaap onrustiger. Cafeïne en nicotine zijn activerende stoffen en hebben een slaapverstorend effect, zeker als je ze combineert. Cafeïne zit niet enkel in koffie maar ook in thee (theïne), cola, energiedranken en chocolade!