Onderzoeken

Nucleaire onderzoeken worden gebruikt om bepaalde ziekten op te sporen. Een nucleair onderzoek wordt ook wel scintigrafie of (radio)isotopenscan genoemd. 

 

Bij nucleair geneeskundig onderzoek worden afwijkingen in weefsel in beeld gebracht met behulp van een kleine hoeveelheid radioactieve stof en een speciale gammacamera. De plaatsen waar de radioactieve stof zich heeft opgehoopt worden dan zichtbaar gemaakt.

 

Een tumor heeft bijvoorbeeld een snellere stofwisseling en het zieke weefsel zal dus meer stof opnemen en straling uitzenden. De gammacamera leg deze straling vast.

 

De radioactieve stof wordt meestal ingespoten in de bloedbaan, maar soms wordt de stof oraal toegediend, ingedruppeld, ingeademd of opgegeten. Dit hangt af van het lichaamsdeel of  de lichaamsfunctie die in beeld gebracht moet worden. Na het inbrengen heeft de radioactieve stof tijd nodig om in te werken. Dit kan variëren van enkele minuten tot een paar uur.

 

Veiligheid

De hoeveelheid straling die bij een nucleair geneeskundig onderzoek vrijkomt, is vergelijkbaar met de dosis die je binnen krijgt bij het maken van röntgenfoto’s. De radioactieve stoffen verlaten het lichaam weer via de urine. Door veel te drinken, versnel je dit proces.

 

De tracers die bij een nucleair onderzoek gebruikt worden, zijn slechts licht radioactief en blijven niet lang stralen. De hoeveelheid radioactieve straling is klein en weegt niet op tegen het nut van het onderzoek. Dit zijn dus veilige onderzoeken, voor jezelf én voor de mensen in je omgeving.

 

Wel wordt het afgeraden om de dag van het onderzoek kleine kinderen op schoot te nemen. Bij het geven van borstvoeding moet de melk de eerste 24 uur afgekolfd en weggespoeld worden. De straling kan namelijk wel schadelijk zijn voor jonge kinderen.

 

Verloop

De meest voorkomende vormen van nucleair geneeskundig onderzoek zijn een botscan, PET-scan, en longscan. Hoe werkt dit dan precies?

 

  • Je krijgt een kleine hoeveelheid van een radioactief gemaakt product toegediend. Deze producten noemen we ‘tracers’ (van het Engels: to trace = opsporen). Meestal wordt de tracer via een ader in de bloedbaan toegediend. Soms kan de tracer worden ingeademd of zelfs verwerkt in een maaltijd of drank.
  • De radioactieve stoffen volgen een weg door het lichaam en stapelen zich op bepaalde plaatsen op.
  • Met een uitwendige scanner of gammacamera wordt de verspreiding van de radioactieve stof in het lichaam of in een bepaald orgaan nagegaan. De beelden geven informatie over de werking van de onderzochte organen of lichaamsdelen en de uitgebreidheid van bepaalde aandoeningen.
  • De scan wordt soms onmiddellijk na de toediening van de tracers gemaakt. Bij sommige onderzoeken gebeurt dat enkele uren of zelfs dagen later. 

 

Soorten

In het Jessa Ziekenhuis kan je terecht voor verschillende nucleaire onderzoeken. Hieronder lees je hoe elk onderzoek verloopt en hoe je je erop moet voorbereiden.

 

Skelet en gewrichten

  • Botscan of total body skeletscintigrafie: onderzoek van de aanmaak van bot.
  • Angiografie: onderzoek van de bloedvaten aan de hand van scintigrafische foto’s waarop de bloedvaten zichtbaar zijn dankzij radioactieve stof.

 

Nucleaire cardiologie

  • Myocardiale gated-SPECT: onderzoek van de werking van de hartspier
  • Ventriculografie: onderzoek van  de pompfuncite van het hart

 

Centraal zenuwstelsel

  • HMPAO-SPECT van de hersenen: onderzoek van de doorbloeding van het hersenweefsel
  • DaT-scintigrafie (specifiek attest noodzakelijk): onderzoek van de hersenen om de diagnose van de ziekte van Parkinson te bevestigen.
  • Cisternografie
  • FDG-PET/CT van de hersenen
  • PET-CT van de hersenen met amyloid-tracer

 

Longen

  • Gecombineerde ventilatie- en perfusiescintigrafie: onderzoeken van de doorbloeding en de ventilatie van de longen. Afhankelijk van de vraag van de behandelende arts voeren we een perfusiescan of een perfusie- én een ventilatiescan uit.


Lymfebanen

  • Lymfoscintigrafie van de onderste/bovenste ledematen: onderzoek van de doorgankelijkheid van de lymfevaten in de onderste of bovenste ledematen.

 

Nieren en urinewegen

○       Statische nierscintigrafie (DMSA)

○       Dynamische nierscintigrafie (DTPA-MAG3)

○       Bepaling GFR (Cr51-EDTA) endocrinologie

 

Endocrinologie

  • Tc schildklierscintigrafie + captatie: onderzoek van de werking van de schildklier
  • I-123 schildklierscan + captatie (enkel na Tc scan): onderzoek van de werking van de schildklier ifv behandeling met radioactief iodium
  • I-131 jodiumtherapie voor hyperthyroïdie
  • Bijschildklierscintigrafie
  • Bijnierscintigrafie (MIBG): onderzoek waarbij  neuro-endocriene tumoren opgespoord worden. Die tumoren ontstaan uit cellen in het lichaam (onder meer het spijsverteringsstelsel en de longen) die hormonen produceren.


Spijsvertering: digestieve tractus

  • Maagledigingsstudie (gastroparese): onderzoek waarbij we  kunnen meten hoe snel een standaardmaaltijd en een glas water door de maag naar de darmen getransporteerd worden.
  • Ademtest:
    • mengtriglyceriden
    • aminopyrine
    • ureum (H. Pylori)

 

Inflammatoire aandoeningen

  • WBC-scintigrafie (anti-granulocyten antilichamen)
  • Total body FDG-PET/CT

 

Oncologie

  • Total body FDG-PET/CT
  • Sentinel node procedure
  • I-123 total body jodiumscintigrafie
  • I-123 MIBG total body scintigrafie
  • Octreotidescintigrfie (specifiek attest noodzakelijk)
  • Oncologische therapie
    • met Sm-153 (Quadramet)
    • met Ra-223 (Xofigo)
    • met I-131
    • met Y-90 (SIRS)