Na de ingreep

dws_heelkunde_operatie De nazorg en het ontslag zijn in grote mate afhankelijk van de verdoving die gebruikt wordt om uw ingreep of onderzoek uit te voeren.
Regelmatig zal de verpleegkundige uw toestand opvolgen en (zo mogelijk) de wonde controleren.

 

Na een algemene verdoving (narcose) zal men u ongeveer 3 uur later een glas water aanbieden.
Na een epidurale verdoving (ruggenprik) krijgt u ongeveer 2 uur na de ingreep drinken. Bedrust is verplicht gedurende de eerste 4 uur na de ruggenprik. De eerste keer mag u niet alleen opstaan. De verpleegkundige zal u hierbij begeleiden.

 

Afhankelijk van uw ingreep en verdoving moet u gewaterd hebben voor uw ontslag.