Herceptine

Op de wand van sommige kankercellen bevinden zich HER2-eiwitten.

Deze HER2-eiwitten kunnen zich verbinden met eiwitten van het lichaam (epidermale groeifactoren), waardoor de kankercel sneller gaat groeien.

 

Herceptine gaat deze verbinding van HER2 met eiwitten van het lichaam tegen waardoor de groei van de kankercel wordt tegengegaan: Herceptine bindt zich aan de HER2-eiwitten in plaats van de eiwitten van het lichaam. Het neemt dus eigenlijk de plaats in van het eiwit van het lichaam (epidermale groeifactor). Onderstaand schema verduidelijkt dit:

 

HER2 + epidermale groeifactor -> groei kankercel

HER2 + Herceptine -> afsterven kankercel

 

Herceptine kan alleen maar werken als de HER2-eiwitten aanwezig zijn op de wand van de kankercel. Om dit te weten moet het tumorweefsel worden onderzocht. Goed om te weten: 15 tot 20% van de borsttumoren hebben HER2 eiwitten op hun celwand.

 

Wijze van toediening

Afhankelijk van jouw situatie kan herceptine wekelijks of éénmaal per drie weken toegediend worden via een infuus. Dit kan ambulant gebeuren op het daghospitaal oncologie. Het aantal behandelingen kan variëren, afhankelijk van jouw toestand en hoe je reageert op de behandeling. Je arts bepaalt in samenspraak met jou je behandeling.

 

Mogelijke nevenwerkingen

Een behandeling met herceptine wordt meestal goed verdragen. De meeste nevenwerkingen treden op tijdens of net na de eerste behandeling en zijn kortdurend van aard. Daarom letten we tijdens en na de eerste behandeling goed op jou en de ongemakken die je ervaart.

De meest voorkomende bijwerkingen zijn:

  • een grieperig gevoel: rillingen, koorts, spierpijn, gevoel van zwakte, pijn op de borst
  • maag- en darmproblemen: buikpijn, diarree, misselijkheid en braken
  • huiduitslag
  • effecten op het hart. In combinatie met chemotherapie kan schade aan de hartspier ontstaan. Dit wordt nauwlettend opgevolgd en is bovendien vaak omkeerbaar bij het stoppen van de herceptine.