Algemeen

Wanneer blijkt dat het letsel kwaadaardig is, wordt overgegaan tot een behandeling. Een goede behandeling is sterk individueel gebonden en verschilt van persoon tot persoon.

 

De grootte en de biologische aard van het gezwel, de graad van eventuele uitzaaiingen en je leeftijd zijn parameters bij het bepalen van een behandeling. Het is dan ook het multidisciplinair team dat voor elke patiënt afzonderlijk beoordeelt welke combinatie van behandelingen de beste kansen op defi nitieve genezing biedt.

 

Meestal start je behandeling met een chirurgische verwijdering van de tumor. Dit kan een borstsparende operatie zijn of een borstamputatie, al dan niet gecombineerd met een okseluitruiming. Meer uitgebreide informatie over de chirurgische behandelingen vind je hieronder.

 

Na de chirurgische verwijdering van de tumor kan men overgaan tot een nabehandeling (radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie, herceptine). Het gunstige effect van aanvullende nabehandelingen is reeds bewezen in verschillende studies. Meer informatie over deze nabehandeling vind je hieronder.

 

Bij de behandeling van borstkanker maakt men onderscheid tussen patiënten bij wie er nog kans is op genezing en patiënten bij wie dit niet meer kan.

 

Meestal is er sprake van: Curatieve behandeling (=genezend)

Hierbij wil men de borsttumor zo volledig mogelijk verwijderen (door middel van chirurgie) en daarnaast alle mogelijk in het lichaam achterblijvende cellen vernietigen door middel van bestraling of medicijnen.

Hierbij zijn er 3 mogelijkheden:

  • Neoadjuvante behandeling (= voor de heelkunde):
    Soms start men met chemo- of hormonale therapie voor de chirurgie met als doel de tumor in de borst te doen verkleinen of verdwijnen, zodat er een minder agressieve ingreep nodig is om de tumor te verwijderen. Zo bewijst men ook de werkzaamheid van de chemo- of hormonale therapie bij de patiënt zelf.
  • Heelkundige behandeling:
    Hierbij wil men de tumor volledig wegnemen, liefst met tumorvrije marges. Afhankelijk van de tumorgrootte kan dit borstsparend of via volledige borstamputatie.
  • Adjuvante behandeling (= bijkomende behandeling):
    Hierbij wil men eventueel achtergebleven kankercellen vernietigen, zodat ze later niet kunnen uitgroeien tot een nieuwe tumor.

 

Eerder zeldzaam: Palliatieve behandeling (=verlichtend)

Wanneer er sprake is van uitzaaiingen is er geen kans meer op genezing. Dan wordt er geprobeerd om het leven te verlengen, maar vooral ook een zo goed mogelijke levenskwaliteit te bereiken door verlichting van bestaande klachten. Hiervoor zal men proberen om de tumor zo goed mogelijk onder controle te brengen door gebruik te maken van chemotherapie, hormoontherapie en/of antilichaamtherapie. Plaatselijke problemen behandelt men soms met radiotherapie (bv botpijn). Ook wordt er in deze situatie regelmatig gebruik gemaakt van ondersteunende therapieën zoals groeifactoren, middelen tegen misselijkheid en braken en/of geneesmiddelen ter voorkoming van botproblemen (bisfosfonaten).