Begrippenlijst

A

  • Aambeien: uitgezakte zwellichamen dicht bij de anus.
  • Abces: met etter gevulde holte.
  • Abdominoplastie: buikwandcorrectie.
  • Angiolipoom: limpomen in de aders.
  • Arteriële embolisatie: dit is een procedure onder algemene verdoving die uitgevoerd wordt door een interventionele radioloog. Via een slagader in de lies of elleboogplooi kan een actieve bloeding (spontaan of na trauma of operatie) via het bloedvat zelf gestopt worden door de slagader toe te dichten met coils (kleine spiraaltjes) of lijm.

 

B

  • Buikwandbreuk: zie "Hernia".

 

C

  • Cachexie: een vorm van extreme magerheid.

  • Cellulitis: ontsteking van het onderhuids vetweefsel.
  • Cyste: komt van het Griekse woord ‘kustos’, wat blaas betekent. Het betreft meestal een met vocht (waterig of slijm) gevulde holte of zak met een zeer dunne wand.

 

D

  • Defaecatie: uitdrijving, het laten gaan van ontlasting.
  • Defaecogram: een colpo-cysto-defaecogram is een röntgenonderzoek waarbij de positie van de darmen, blaas en vagina in beeld wordt gebracht tijdens het ontlasten.

 

F

  • Fibroma: gezwellen in het bindweefsel.
  • Flegmone: ontstoken weefsels meestal als een gevolg van een infectie. Uit een flegmone komt meestal geen etter.

 

G

  • Getromboseerd: vorming van bloedstolsel, bv. bij aambeien.

 

H

  • Hemerroïden: zie "Aambeien".
  • Hernia: breuk, opening in een spier of tussen darmen waarlangs vet of darmstructuren kunnen uitpuilen.
  • Hypoglycemie: te lage suikerwaarden in het bloed.

 

I

  • Icterus: geelzucht.
  • Incontinentie: ontlastingsverlies.

 

K

  • Kijkoperatie: een chirurgische ingreep die uitgevoerd via kleine huidsneedjes (incisie). Ter hoogte van de buik spreken we hier over een laparoscopie (Grieks: Lapara (flank); skopeo (zien)). 

 

L

  • Laparoscopie: zie "Kijkoperatie".
  • Laparoscopische cholecystectomie: galblaasverwijdering
  • Laparoscopische leverbiopsie: dit is een ingreep waarbij je chirurg tijdens een korte kijkoperatie onder algemene verdoving één of meerdere staaltjes gaat nemen van een levertumor en de omliggende lever. De staaltjes worden genomen met een holle naald. Op het einde van de ingreep zal je chirurg ervoor zorgen dat de bloeding mooi gestelpt is en dat je ’s avonds veilig naar huis kan gaan.

  • Leiomyosarcoma: tumoren op het glad spierweefsel van darmstructuren of de bloedvatwand
  • Lipoma: onderhuidse georganiseerde ophopingen van vetcellen.
  • Lipomatosis: een groep van lipoma.
  • Liposarcoma: kwaadaardige gezwellen in het vetweefsel.

 

M

  • Mariske: als de zwelling van de aambeien vanzelf is overgegaan, kan er soms een huidflapje achterblijven. Dit huidflapje is een mariske.
  • Mesorectum: de endeldarm (of rectum) is de laatste 15cm van de dikke darm voor de anus. De endeldarm is omgeven door een vetkoker, nl. het mesorectum.
  • Metastase: uitzaaiingen.
  • Minimaal invasieve chirurgie: zie "Kijkoperatie".
  • Myosarcoma: kwaadaardige gezwel in het spierweefsel. 

 

N

  • Naadlek: Wanneer de naad die je chirurg maakt tussen twee darmstructuren (maag, dunne darm, dikke darm) slecht genezen kan er een lek ontstaan van lucht, darminhoud, maagvocht of stoelgang.

 

P

  • Pancreasfistel: lekkage van pancreasvocht ter hoogte van de naad tussen de pancreas en de dunne darm.
  • Pancreaticojejunostomie: een ingreep waarbij men de de chronisch ontstoken en uitgezette afvoergang van de pancreas over de ganse lengte opent en draineert naar een darmlis. 
  • Pancreasgang: de afvoergang in pancreas die uitmondt samen met galweg in twaalfvingerdarm. 

 

R

  • Reflux: zure of gallige (niet-zure) terugvloei vanuit de maag naar de slokdarm.
  • Retroperitoneaal: ligging achter het buikvlies, bv. voor wekedelentumoren.
  • Rhabdomyosarcoom: tumor van de skeletspieren.
  • Robotchirurgie: net zoals bij een kijkoperatie worden er bij een operatie met robot een aantal kleine sneetjes gemaakt waardoor een camera en instrumenten in je buik worden gebracht. Deze camera en instrumenten worden vanaf een bedieningspaneel aangestuurd door je chirurg. De robot kan zelf geen beslissingen nemen en je chirurg behoudt altijd controle. In Jessa gebruiken we het laatste nieuwe da Vinci Xi robot systeem (Intuitive).

 

S

  • Sarcoom: kwaadaardige tumor in ondersteunend weefsel, zoals spieren, bloedvaten, zenuwen, lymfevaten, bindweefsel, kraakbeen, vet en bot.
  • Sarcopenie: verlies van spiermassa.
  • Sinus: blind eindigend traject van huid naar holte die niet bedekt is met een epitheelcellaag (maw. niet in verbinding staat met een darm of blaas).
  • Sleutelgatoperatie: zie ook "Kijkoperatie".
  • Speen: zie "Aambeien".
  • Splenectomie: het verwijderen van de milt.
  • Splenomegalie: een vergrote milt.
  • Steatose, steatohepatitis: niet-alcoholische vetleverziekte

 

T

  • Trocar: holle werkpoort met klepmechanisme die gebruikt wordt tijdens een kijkoperatie.