Pijnstillers bij een operatie
Tijdens de operatie
Tijdens de ingreep wordt door de anesthesist reeds pijnmedicatie toegediend. Afhankelijk van de operatie wordt beslist welke pijnstillers nodig zijn. De anesthesist schrijft de medicatie voor die kan worden gegeven na de operatie.
Sommige pijnen kunnen worden vermeden door een bepaalde zenuw of zenuwgroepen te verdoven. Uw kind wordt eerst in slaap gebracht en nadien wordt de medicatie in de buurt van de zenuwen ingespoten. Dit wordt slechts bij sommige operaties toegepast maar is heel effectief. Bijvoorbeeld verdooft een lage ruggenprik (caudaal block) de onderste helft van het lichaam. Dit kan worden gebruikt bij liesbreukoperaties, fimosis (vernauwing van de voorhuid) en sommige voet- of beenoperaties.
Na de operatie
Na een ingreep zal de verpleegkundige eventuele pijn bij uw kind op regelmatige tijdstippen meten. Zo wordt het effect van de pijnbehandeling beoordeeld en kan deze zo nodig aangepast worden.
Als uw kind pijn heeft moet er niet gewacht worden tot de verpleegkundige aan bed komt voor de pijnmeting, maar wordt dit best zo snel mogelijk gemeld. Ouders kunnen immers meestal het beste inschatten hoe hun kind zich voelt.
Terug thuis
Welke pijnmedicatie u thuis kan verder geven, is afhankelijk van het type ingreep. Bij ontslag wordt dit u meegedeeld. De voorkeur gaat uit naar het geven van pijnstillers langs de mond (pil of siroop). Pijnmedicatie via de mond werkt gemiddeld 50 tot 60 minuten sneller dan suppo’s en de opname langs de mond is beter voorspelbaar (via de mond 100% versus slechts 40-80% via rectale weg).