TURP (gedeeltelijke prostaatwegname)

Uw geneesheer heeft bij u een vergroting van de prostaat vastgesteld. Als gevolg van deze prostaatvergroting kan u moeilijk plassen en moet u eventueel vaak gaan plassen (ook s’ nachts). Daarnaast kan u ook een minder krachtige urinestraal hebben.

 

In samenspraak met uw uroloog is beslist om het goedaardig gedeelte van uw prostaat weg te nemen. Deze ingreep zal gebeuren via de urinebuis (= transurethrale resectie van de prostaat of TURP).

Indien u na het lezen van deze info nog vragen heeft, kan u hiervoor steeds terecht bij uw behandelende geneesheer of de verpleegkundigen.

 

De prostaat

 

De prostaat, een klier zo groot als een kastanje, maakt deel uit van het mannelijk voortplantingssysteem.  De prostaat ligt voor de endeldarm, juist onder de blaas.  De urine vloeit uit de blaas door de urinebuis (urethra).  De urinebuis loopt gedeeltelijk door de kern van de prostaat.  De prostaatoperatie is te vergelijken met een appel waarvan het klokhuis is uitgeboord.

 

De prostaat produceert onder meer het vocht dat wordt vermengd met de zaadcellen uit de zaadblaasjes.  De zaadcellen worden gemaakt in de teelbal.  Ze rijpen uit in de bijbal en worden door de zaadleider vervoerd naar de prostaat.  Het prostaatvocht houdt de zaadcellen in leven en maakt transport via de urinebuis naar buiten mogelijk.

 

Turp 1 Turp 2

De prostaat groeit snel aan tijdens de puberteit en blijft ongeveer even groot tot op 45-jarige leeftijd.  Vanaf deze leeftijd zal de prostaat weer beginnen groeien.

 

Veel mannen krijgen op latere leeftijd klachten als gevolg van prostaatvergroting.  Deze aandoening wordt ook wel goedaardige (benigne) prostaathypertrofie (BPH) genoemd.  De klachten en symptomen die voortvloeien uit de vergroting van de prostaat komen zelden voor de leeftijd van 40 jaar voor.  Meer dan 50% van de mannen boven de 60 jaar en 80% van de mannen boven de 80 jaar, hebben een vergrote prostaat.

 

Er zijn verschillende vormen van BPH te onderscheiden.  Naargelang de toename in omvang van de prostaat kunnen er meer klachten ontstaan.  Wanneer de prostaat groter wordt, kan hij de urinebuis dicht drukken.  Hierdoor ontstaat er een vernauwing waardoor de urine moeilijk naar buiten kan stromen.  Om alle urine naar buiten te krijgen, moet de blaas een extra inspanning leveren waardoor de blaaswand steeds dikker wordt.  Hierdoor is de wand makkelijker prikkelbaar en kan de blaas al beginnen samen te trekken wanneer er zich maar en kleine hoeveelheid urine in de blaas bevindt.  Als men niet ingrijpt, kan de blaas behoorlijk worden uitgerekt en bestaat het gevaar dat er steeds een restje urine in de blaas achterblijft.

 

Symptomen

 

Naarmate de grootte van de prostaat toeneemt, ontstaan er vaak klachten.  Deze klachten vinden hun oorsprong in de vernauwing van de urinebuis enerzijds en anderzijds in en geleidelijk verlies van de blaasfunctie waardoor de blaas onvolledig geledigd wordt.  Hierna volgt een overzicht van de symptomen en klachten die het meest gepaard gaan met BPH:

 

De operatie

 

Uw uroloog heeft u onderzocht vanwege uw gezondheidsklachten.  Na overleg met de uroloog heeft u besloten zich aan de prostaat te laten opereren.

 

Voor de operatie

 

Eén week voor de operatie moeten alle geneesmiddelen die aspirine bevatten, gestaakt worden! Vraag hiervoor raad aan uw arts of apotheker. De dag voor de ingreep wordt u opgenomen voor enkele onderzoeken.

 

Tegen de avond wordt u verder voorbereid op uw operatie:

 

  • De onderbuik wordt geschoren.
  • U krijgt een lavement.
  • Ook komt de anesthesist bij u langs voor het bespreken van de verdoving.

 

De operatie

 

In de operatiezaal wordt eerst een infuus geplaatst. Daarna onderzoekt de anesthesist uw rug en bepaalt hij/zij de plaats voor de lokale verdoving. Tussen 2 wervels wordt er een fijn naaldje ingebracht tot in de ruimte onder het ruggenmerg. Langs dit naaldje wordt de lokale verdoving ingespoten. Uw voeten worden warm en na enkele minuten voelt u niets meer in uw onderlichaam en benen. Daarna mag u gaan liggen en worden de benen in de beenhouders gelegd. De onderbuik wordt ontsmet en steriel afgedekt.

 

Tijdens de operatie wordt een groot deel van de prostaat verwijderd.  De operatie aan uw prostaat gebeurt via de urinebuis.  Hierdoor moeten er geen uitwendige insneden worden gemaakt.  Eens besloten om operatief in te grijpen wordt in meer dan 90% van de gevallen de techniek van de TURP (transurethrale resectie van de prostaat) aangewend.  Bij de TURP wordt er langs de penis via de urinebuis een instrument (resectoscoop) ingebracht.  Deze resectoscoop is ongeveer30 cmlang en heeft een diameter van1 cm.  Het instrument heeft een lichtbron en bevat een aantal kleppen om het spoelvocht in de blaas te kunnen irrigeren.  Onder zicht wordt het stuk van de prostaat dat de urinestroom belemmert, met een lusje weggesneden.

 

Tevens worden er dikwijls een sondje in de onderbuik geplaatst, rechtstreeks in de blaas om heet spoelvocht tijdens de operatie te laten weglopen. 

 

Turp operatie 1 Turp operatie 2

 

Op het einde van de operatie wordt er een catheter via de opening in de penis geplaatst om de geproduceerde urine en het spoelvocht vanuit de blaas af te laten vloeien in een opvangzak.  De sonde wordt op zijn plaats gehouden door een ballon die gevuld wordt met water.

 

Na de operatie

 

Na de operatie verblijft u een tijdje in de postoperatieve ruimte.  Hier wordt u nauwkeurig geobserveerd alvorens u terug naar de afdeling wordt gebracht.  Na enkele uren kan u terug uw benen bewegen.  Wanneer u terug op de urologieafdeling bent, heeft u een infuus en een blaascatheter die verbonden is met een spoelsysteem en een opvangzak.

 

Het kan mogelijk zijn dat u wat pijn voelt ter hoogte de onderbuik of een sterke plasdrang heeft. Dit is het gevolg van de sonde die een prikkelend gevoel op de blaas kan geven. Dit is normaal. U hoeft niet mee te persen. Als u echter voelt dat uw buik opzet en u meer pijn krijgt, verwittig dan de verpleegkundige. Het kan zijn dat er een bloedklontertje de afloop belemmert, dat eventueel moet weggespoeld worden. Dit is zeldzaam.  Na de behandeling kan uw urine rood kleuren door het nabloeden van de inwendige wonde.  Ook kunnen er kleine klontertjes op propjes in de urine voorkomen.  Dit is een heel normaal verschijnsel dat bij het type ingreep hoort.  Bij het stoppen van de spoeling, is het normaal dat de urine donkerder kleurt.  De blaassonde wordt meestal de tweede dag na de operatie verwijderd.  De eerste keren dat u terug spontaan watert, kunnen pijnlijk zijn.  U ervaart een brandend gevoel in de urinebuis.  Gedurende uw verblijf in het ziekenhuis is het belangrijk om goed te drinken (minimum 1 ½ l water per dag).  Door veel vocht in te nemen, wordt de blaas goed gespoeld en wordt het genezingsproces versneld.

 

Het ontslag

 

Als alles volgens plan verloopt, mag u het ziekenhuis verlaten na een drietal dagen verlaten.  Doe het in de eerste week na het ontslag uit het ziekenhuis een beetje rustig aan.  U heeft waarschijnlijk geen pijn, maar u heeft wel een inwendige wonde die aan het genezen is.  Gedurende de eerste dagen dat u terug thuis bent, moet u plotse bewegingen zo veel mogelijk proberen te vermijden. 

 

Hieronder vindt u een aantal richtlijnen die bijdragen aan een vlot herstel:

 

  • Gebruik zeker geen alcohol.
  • Ga de eerste weken zeker niet fietsen (ook niet met de hometrainer, bromfiets…).
  • Drink veel water om de blaas goed te spoelen.  Drink minimaal 1 ½ l water per dag.
  • Drink matig na het avondeten, anders moet u ’s nachts te vaak opstaan om naar het toilet te gaan.
  • Vermijd om te “persen” wanneer u zich ontlast.
  • Eet genoeg vezels om obstipatie te voorkomen.
  • Vermijd het heffen van zware lasten, spitten in de tuin, maaien van het gazon gedurende de eerste weken na uw ziekenhuisverblijf.
  • Loop niet te veel trappen op en af.
  • Vermijd autorijden gedurende de eerste week na het ontslag uit het ziekenhuis (omwille van onverwachte, plotse, bruuske bewegingen tijdens het autorijden).
  • Maak zelf geen autoritten die langer dan 30 minuten duren.

 

Terug naar het oude vertrouwde

 

Ook al voelt u zich waarschijnlijk een stuk beter als u het ziekenhuis verlaat, het kan toch  nog een tijdje duren vooraleer u volledig hersteld bent.  Hoe langer de problemen voor de operatie geduurd hebben, des te langer duurt het vooraleer de situatie weer normaal is.  De volledige genezing duurt 4 tot 6 weken.  Tijdens deze herstelperiode kunnen soms problemen voorkomen:

 

  • Problemen met het urineren
    Het is u waarschijnlijk opgevallen dat uw urinestraal terug krachtiger is.  Nadat de sonde verwijderd werd, stroomt de urine over de inwendige wonde.  Dit kan in het begin wat ongemak veroorzaken.  U kan soms een branderig gevoel hebben bij het wateren.  Misschien heeft u ook het idee dat u onmiddellijk moet wateren.  Misschien heeft u ook het idee dat u onmiddellijk moet wateren.  Naarmate het genezingsproces vordert, zullen deze klachten afnemen.  Na 6 tot 8 weken zal u in staat zijn om minder vaak en makkelijker te urineren.

 

  • Moeilijkheden om de urine op te houden
    In de loop van het genezingsproces zal de wand van de blaas terug normaal worden.  Vlak na de operatie kan u tijdelijk wat problemen hebben om de urine op te houden.  Dit leidt echter zelden tot incontinentieproblemen.  Met het gebruik van de inlegluiers die u van de verpleegkundigen gekregen heeft, kan u heel wat ongemak voorkomen.

 

  • Bloedingen
    In de eerste zes weken na de ingreep, kan het zijn dat het “korstje” dat zich in de prostaatholte gevormd heeft, loskomt.  Hierdoor kan plotseling bloed bij de urine voorkomen.  Dit bloeden stopt meestal vanzelf.  Als uw urine zo rood is dat hij niet meer doorzichtig is, of als er “klonters” bij de urine zijn, kan u best contact opnemen met uw huisarts.

 

Na ongeveer 3 maanden zullen uw problemen met het plassen verdwenen zijn.

 

Seksuele activiteit na de ingreep

 

Veel mannen zijn ongerust over de impact van de operatie op hun seksualiteitsbeleving.  De behandeling heeft daar echter geen directe invloed op.  Het enige verschil is dat er bij een orgasme meestal geen zaadvocht meer naar buiten komt.  Het zaadvocht loopt nu in uw blaas en u urineert het vervolgens weer uit.  Daar merkt u overigens niets van.  Verder blijft opwinding, erectie en orgasme bestaan zoals het gewend bent.

  • urologie -   home 3
  • urologie -   home 6
  • urologie -   home 5
  • urologie -   home 8
  • urologie -   home 1
  • urologie -   home 7
  • urologie -   home 2
  • urologie -   home 4