Wat gebeurt er als we wateren?

Wateren, plassen, urineren, pipi doen. Het zijn allemaal synoniemen voor iets wat eenvoudig lijkt. We doen het elke dag wel een paar keer. In feite gaat het echter om een fijne mechaniek die niet zo vanzelfsprekend is. Tijdens de kinderjaren worden de sluitspier ("sfincter") rond de plasbuis ("urethra") en de blaasspier op elkaar afgestemd zodat we geen urine meer verliezen.

 

Urineverlies bij de vrouw

De reflexen van deze spieren worden door de hersenen gecoördineerd. Wanneer het zenuwstelsel gerijpt is, stellen onze hersenen ons in staat het plassen uit te stellen tot we er de gelegenheid toe hebben. We zijn dan "sociaal continent", wat betekent dat we bij een gevoel van volle blaas de urinelozing rustig kunnen uitstellen tot we een toilet bereikt hebben en dus niet te pas en te onpas dringend een toilet moeten zoeken, of vaak urine verliezen midden op straat. Het duurt meestal toch enkele jaren vooraleer we als kind droog zijn, en achteraf is echt niet veel nodig om dat normaal plaspatroon te verstoren zodat opnieuw ongewild urineverlies optreedt. Dan spreekt men van "incontinentie". Voor vele mensen is dit dan ook een enorm groot taboe. Het "sociaal continent zijn" verandert in een "asociaal incontinent zijn": men isoleert zich van anderen, komt niet meer buiten, uit schrik urine te verliezen in het bijzijn van anderen, of uit schrik van men "het" zal ruiken. Ongewild urineverlies brengt dus vaak psychische, sociale en seksuele problemen met zich mee.

 

De nieren filteren 24 op 24 uur druppel na druppel urine af. Deze urine komt via de urineleiders of ureters terecht in de blaas, in feite niets meer dan een zakje dat als reservoir dient. Als de blaas dan bijna vol is, komt de blaaswand onder spanning te staan. Een signaal naar de hersenen brengt ons daar bijtijds van op de hoogte, zodat we rustig de tijd hebben om ons naar het toilet te gaan. Dit fenomeen herhaalt zich overdag om de 3 tot 5 uur.

 

Tijdens de vullingsfase stijgt de druk in de blaas, maar de druk in de sluitspier blijft normaal altijd hoger. De hersenen zorgen ervoor dat de blaas niet samentrekt vooraleer men dat zelf wil. De blaas kan zo tot een normaal volume gevuld worden, tot het gevoel om te gaan plassen ("mictiedrang") bereikt is.

Op het ogenblik dat men gaat plassen ("de mictie"), gebeuren er twee dingen: de sluitspier rond de plasbuis ontspant zich, zodat de urine naar buiten kan. Tegelijk trekt de blaas samen, en ledigt zich volledig.

  • urologie -   home 7
  • urologie -   home 1
  • urologie -   home 2
  • urologie -   home 3
  • urologie -   home 8
  • urologie -   home 4
  • urologie -   home 5
  • urologie -   home 6