De basis van de behandeling van rectumkanker is chirurgie.

Tijdens de ingreep wordt het aangetaste darmsegment (rectum) verwijderd. In de overgrote meerderheid van de gevallen kan dit met een laparoscopische of sleutelgattechniek. Er wordt altijd gepoogd om de sluitspier te sparen en het reservoir, welke de endeldarm is, te reconstueren. Omliggende eventueel aangetaste klieren worden tevens weggenomen, volgens een zorgvuldige chirurgische techniek.
De ligging van het gezwel t.o.v. de sluitspier bepaalt of er een stoma aangelegd wordt tijdens de operatie. Kan men de sluitspier niet sparen, dan spreekt men van een definitieve stoma. Bij het sparen van de sluitspier wordt er soms een tijdelijk stoma om de dunne darm aangelegd om de naad van de darm te beschermen bij het eventueel optreden van lekken op hoogte van de naad. Op het einde van de behandeling wordt de tijdelijke stoma weggenomen.
Voor meer informatie over stoma, klik hier.