Chemotherapie

fase 4Chemotherapie is een kuur met geneesmiddelen die de groei van kankercellen remmen of vernietigen. De medicijnen worden via de mond ingenomen en/of rechtstreeks in de bloedbaan gebracht met een infuus, waarna ze zich door het hele lichaam verspreiden en overal eventuele kankercellen kunnen bereiken.

  

Doel

 

Chemotherapie wordt vaak gegeven na een operatie, en is dan bedoeld om het risico te verkleinen dat de kanker terugkomt (deze toepassing heet adjuvante chemotherapie). Chemotherapie wordt soms ook vóór een operatie gebruikt om het gezwel te verkleinen (ook neoadjuvante therapie genoemd).

Voor de toediening van chemo wordt onder plaatselijke verdoving een poortkatheter ingeplant waarop gemakkelijk een infuus kan worden aangesloten.

Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (een cocktail) van verschillende celremmende geneesmiddelen (of cytostatica) voorgeschreven. Soms moet de combinatie van cytostatica in de loop van het ziekteproces worden aangepast.
Chemotherapie wordt toegediend in een aantal cycli, telkens gevolgd door een rustperiode.

 

Gevolgen

 

Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen er tijdelijk bijwerkingen optreden zoals vermoeidheid, misselijkheid en braken, verminderde eetlust ... Ze verschillen van persoon tot persoon, en hangen onder andere af van de medicijnen, de hoeveelheid en de duur van de behandeling. Na de behandeling verdwijnen de bijwerkingen. Bepaalde bijwerkingen kunnen echter maanden of jaren blijven aanslepen, bijvoorbeeld vermoeidheid, verminderde weerstand, smaakveranderingen, doof gevoel in de vingers...
Praat over eventuele bijwerkingen met uw arts of verpleegkundige. Vaak is het mogelijk om bijwerkingen te verlichten.

 

Deelwebsite:

Rectumkliniek