De oefentherapie houdt in dat de patiënt in een zwembad in stand, zit of lig, plaatsneemt. Voor de revalidatie van schouderletsels geeft men de voorkeur aan de liggende houding. De watertemperatuur is +/- 30°C en moet aangenaam ervaren worden.
De grootste indicatie voor het gebruik van hydrotherapie ligt in het feit dat de oorspronkelijke therapie niet voldoende voldeed aan de vooropgestelde verwachtingen. Deze beslissing is louter empirisch gefundeerd. Het gebruik van hydrotherapie hangt ook in grote mate af van de welwillendheid van de patiënt en hun motivatie. (vele patiënten hebben vb. angst voor water).
Hydrotherapie voor de schouder vervangt niet het traditionele revalidatieprogramma, het is een aanvulling van het programma.
(Speer K., 1993)
Veel patiënten moeten terug "leren" om hun schouder te bewegen, wat vergelijkbaar is met het revalidatieprogramma van een knieletsel. Een dankbaar instrument voor quadiceps inhibitie is het gebruik van biofeedback. Een vermoeden van de auteur gaat uit naar het feit dat de hydrostatische druk een soort van drukkous vormt rond de schouder. Deze druk geeft een stimulatie van de proprioceptoren van de huid zodat deze prikkels zouden gaan werken als een biofeedback systeem.
(Draper V., 1990)
Het uitvoeren van de oefeningen in het water vormt een overgang voor het oefenen op het droge, en tegen de zwaartekracht. Door het lagere gewicht van de arm in water is de patiënt in staat om sneller de arm actief te bewegen, in een veilig milieu.
Hydrotherapie is hierdoor een perfecte overgang naar het oefenen op het droge.
De patiënten zien in het water dat ze hun schouder kunnen bewegen, in alle vlakken. De patiënten kunnen in het water met minder "PIJN" bewegen. Ze zien onmiddellijk vooruitgang in het water, wat een grotere impact heeft op hun motivering. Hierdoor haken ze minder snel af en zijn ze meer gemotiveerd om het hele revalidatieprogramma te blijven volgen.
De toegepaste oefeningen in het Virga Jesse Ziekenhuis worden hier niet afzonderlijk besproken.
Het toepassen van hydrotherapie geeft een bijkomende dimensie aan het revalidatieschema. Het grote voordeel is dat de patiënten in een veilig milieu kunnen oefenen. Dit geeft dan weer een psychologische stimulans doordat de mensen zien dat ze hun schouder reeds actief kunnen bewegen in een vroeg stadium van de revalidatie.
De opwaartse kracht van het water helpt de patiënten om actief de schouder te bewegen. Een algemeen gegeven zegt ons dat als je actief kan bewegen, je zeker actief moet bewegen en dat je niet passief moet blijven verder werken.
BOILEAU, P., Prothèse d'épaule, Tournier, 1994 (videoband Orthogèse, Brussel).
BOSCHMA, J.C., Oefentherapie in water, H.D. Tjeek Willink bv., Groningen, 1975.
DIJKSTRA, D.A., Basiscursus revalidatie, Erasmus universiteit, Rotterdam, 1976.
DRAPER, V., Electromyographic feedback and recovery of quadriceps femoris muscle function following anterior cruciate ligament surgery. In: Physical therapy, (1990), 70, p. 11-17.
GILLERT, O., Hydrotherapie en balneotherapie, De tijdstroom, Lochem, 1975.
SPEER K., CAVANAUGH J.T. e.a., A rol for hydrotherapy in shoulder rehabilitation. In: The American Journal of Sports Medicine, 21, (1993), 6, p. 850-853.