Vóór de effectieve plaatsing van de maagballon zijn volgende onderzoeken nodig:
De ingreep kan onder diepe verdoving plaatsvinden. In het Jessa Ziekenhuis gebeurt de ingreep echter meestal onder algemene narcose, met een ziekenhuisverblijf van gemiddeld één à twee nachten.
Om te beginnen verricht de gastro-enteroloog een diagnostische endoscopie om met zekerheid een maag- of duodenumulcus of grote hernia uit te sluiten.
De maagballon wordt eerst met een glijmiddel behandeld. Vervolgens brengt de gastro-enteroloog de ballon in via de mond en de keel en plaatst hem zo in de maag. Nadien vult hij de ballon met 500 cc (max. 700 cc) natriumchloride 0,9% en 10 cc methyleenblauw als kleurstof. Als dat gebeurd is, verwijdert de arts de vullingsonde. Nadien volgt er nog een endoscopische controle om de positie van de ballon te checken en een nazicht op eventuele lekken.
Na de plaatsing van de ballon krijgt de patiënt gedurende enkele dagen voldoende vocht toegediend. Dit gebeurt in de vorm van natriumchloride intraveneus, indien nodig spasmolytica, pijnstillers, braakstillers en gedurende enkele dagen intraveneuze zuurremmers. Gedurende een viertal dagen krijgt patiënt vloeibare voeding. De volgende dagen schakelt de patiënt over op gemalen voedsel en stilaan wordt het dieet vanaf dan verbreed.
Het is wenselijk dat de patiënt gedurende minstens één week thuis blijft van het werk.