Er zijn twee types: verse urine en een urineverzameling
Voor het opsporen van rode en witte bloedcellen en van infecties in de urine is een vers staal nodig. Best wordt dergelijk staal gegeven in het laboratorium zelf en niet thuis. Op dergelijk staal kunnen we ook de hoeveelheid eiwit, natrium en creatinine meten. De verhouding van eiwit en creatinine in dat staal stelt ons in staat om te schatten hoeveel eiwitverlies er is over 24 uur.
Een urineverzameling duurt 24 uur. Door de urine gedurende die tijd te verzamelen kunnen we een precies beeld krijgen van de nierwerking (hoeveelheid afvalstoffen uitgescheiden) en van eventueel eiwitverlies. Dit laatste is vaak een weerspiegeling van de activiteit van een nierziekte.
Onderstaande grafische voorstelling stelt je in staat om de ernst van het urinair eiwitverlies te catalogeren.