Bij dit onderzoek wordt bepaald of u moeite heeft met het verteren van melksuiker (lactose) of glucose. Ook kan er sprake zijn van een toename van bacteriegroei in het bovenste deel van de dunne darm.
Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre bepaalde voedingsstoffen worden afgebroken in het maag-darmkanaal. Wanneer voedingsstoffen (o.a. lactose) in de dunne darm aankomen, worden ze afgebroken door bepaalde eiwitten. Die worden enzymen genoemd. Als deze enzymen niet aanwezig zijn, worden de voedingsstoffen pas verteerd in de dikke darm. Hierdoor ontstaan klachten als diarree, opgeblazen gevoel en krampen. Door de vertering in de dikke darm komt er een gas vrij, waterstof genamd, dat wordt opgenomen in het bloed en vervolgens via de longen wordt uitgeblazen. Waterstofgas is meetbaar met een zogenaamd waterstof ademtest-apparaat.
Het onderzoek bestaat in principe uit 6 metingen (ieder half uur). Allereerst wordt een nuchtere meting gedaan. U blaast via een mondstuk in een apparaat. De opgevangen lucht (ademmonster) wordt in het ademtestapparaat gedaan en de waarde ervan wordt opgeschreven. Hierna krijgt u de testdrank (lactose- of glucoseoplossing) die u helemaal opdrinkt. Vervolgens wordt ieder half uur een ademmonster afgenomen en de waarde opgeschreven. Het is normaal dat de waarde van de ademtesten op kan lopen. U mag echter pas naar huis als de waarde gedaald is. Dit kan betekenen dat u een paar uur langer moet blijven.
Indien u lactose of glucose niet goed verdraagt, kunt u na het innemen van de drank last krijgen van darmkrampen en diarree. Dit duurt meestal niet lang maar u moet het wel aan de endoscopieassistent doorgeven.
Het onderzoek neemt ongeveer drie uur in beslag. Wij raden u aan iets te lezen mee te nemen om de tijd geduren het onderzoek op een prettige manier te overbruggen.