Behandeling

Medicatie

 

Controle van de VKF

 

  • Controle van de regelmaat door middel van anti-artimica. Deze medicatie dient om het optreden van VKF te voorkomen;
  • Controle van de snelheid door middel van beta-blokkers. Deze medicatie gaat de snelheid van het hartritme onder controle houden àls VKF toch optreedt.

 

Voorkomen van klontervorming

 

Men gaat het bloed op zo’n manier verdunnen dat er in de voorkamers geen klonters kunnen ontstaan als VKF optreedt. Men kan dit door middel van pilletjes (dit zijn de Vitamine-K-antagonisten) of door middel van spuitjes in de buik. Het nadeel van deze pilletjes is dat men zeer regelmatig de stolling van het bloed moet laten controleren bij de huisarts: als het bloed tè dun zou worden, loopt men het risico op ernstige bloedingen en dat dient natuurlijk vermeden te worden.

 

Ablatie

 

Bij een ablatie gaat men zich richten op de ongecontroleerde elektrische signalen in de voorkamer zelf. Men heeft namelijk ontdekt dat deze ongewenste ‘extra’ prikkels meestal afkomstig zijn uit vier bloedvaatjes die van de longen naar de linker voorkamer lopen.

 

Als men nu rond de ingang van deze vier bloedvaatjes een littekentje kan aanleggen, waar deze signalen niet voorbij kunnen, worden deze signalen eigenlijk ‘geïsoleerd’ van de rest van het hart. De normale, rustige en regelmatige signalen die afkomstig zijn uit de rechter voorkamer, zijn nu opnieuw de enige signalen in de voorkamers.

 

Ritmestoornissen behandeling ablatie



Een ‘VKF-ablatie’ is weliswaar geen eenvoudige ingreep. Men moet rekenen dat een volledige narcose noodzakelijk is (de ablatie kan pijnlijk zijn) en dat men met een aantal katheters in de linker voorkamer aan het werken is. Om te vermijden dat er schade aan het hart wordt aangebracht, moet de voorkamer eerst in detail in kaart gebracht worden vooraleer men kan gaan ableren. De volledige procedure neemt gemakkelijk een halve dag in beslag (4 uur).

 

Bovendien, zoals hoger beschreven, zal VKF hardnekkiger worden naarmate men langer VKF heeft. Vanaf een bepaald punt weten we dat de extra signalen uit de longaders niet meer de enige zijn, maar dat de hele voorkamer zich als het ware ‘herstructureert’ en VKF zelf in stand houdt. Een ablatie verandert dan de situatie niet meer; daarom is het belangrijk de kans op succes op voorhand goed te bespreken met een elektrofysioloog (cardioloog gespecialiseerd in ritmestoornissen). Ook kan het voorkomen (1 patiënt op 4) dat de ablatie enkele weken later pas vervolledigd kan worden omwille van kleine, hardnekkige signaaltjes die de eerste keer door de mazen van het net glippen. Opvolging bij de cardioloog is dus erg belangrijk om de kans op succes te maximaliseren.

 

Nota bene: na het uitvoeren van een ablatie (zelfs als het normale ritme hersteld is) zal men een aantal weken de medicatie voor ritme en bloedverdunning moeten verder innemen. Deze medicatie kan hierna in overleg met uw cardioloog afgebouwd of gestopt worden.