Het hartritme is te snel
Ook te snelle hartritmes (of tachy-cardie) kunnen voorkomen. Men kan hierdoor, vreemd genoeg, dezelfde symptomen ervaren als bij te trage ritmes: moeheid, kortademig zijn of flauwvallen. Dit komt omdat het hart vanaf een bepaalde snelheid niet meer efficiënt genoeg kan samentrekken en zo minder bloed rondpompt dan noodzakelijk. Sommige mensen voelen zich onwel, voelen hartkloppingen of worden misselijk. Sommige mensen voelen niets.
Tachycardie kan ontstaan door aandoeningen van de sinusknoop: deze vuurt dan te snel en teveel signalen af naar de rest van het hart. Ook kan het zijn dat er elders in de voorkamer celletjes aanwezig zijn die, los van de sinusknoop, eigen elektrische signalen versturen, die daarna via dezelfde weg doorheen het hart gaan. Deze ‘losstaande’ cellen kunnen eigenlijk in heel het hart voorkomen, maar er zijn een aantal voorkeurslocaties, waar ze frequent gevonden worden, meer hierover in het hoofdstuk ‘voorkamerfibrillatie’. De AV-knoop werkt in zo’n geval als een filter: hij zal slechts een aantal signalen doorlaten van de voorkamers naar de kamers.
Het kan ook voorkomen dat er extra geleidingsbanen in het hart aanwezig zijn. Deze geleidingsbanen kunnen een lus vormen, waarin het signaal blijft ronddraaien en elke keer het hart doet samentrekken; we noemen dit ook wel eens ‘cirkel-tachycardie’. Er zijn verschillende locaties waar zich zo’n lus kan vormen.
Tenslotte kan een tachycardie ook ontstaan in de hartkamers zelf, we spreken dan van ‘ventrikel-tachycardie’ (ventrikel is een ander woord voor hartkamer). Deze laatste kan levensbedreigende vormen aannemen of zelfs ontaarden in een ‘ventrikel-fibrillatie’ (trillen van de hartkamers), waardoor er gewoonweg geen bloed meer rondgepompt wordt. Het hart wil dan zo snel samentrekken (tot > 300 slagen per minuut!) dat het eigenlijk stilstaat. Dit is een dodelijke ritmestoornis en moet onmiddellijk behandeld worden.