Behandeling van ritmestoornissen.
Om ritmestoornissen goed te behandelen moet men een onderscheid maken in de aard van de ritmestoornis. Het doel van elke behandeling is om gevaarlijke situaties in de toekomst te vermijden, de kwaliteit van het leven te verhogen en dit liefst met zo weinig mogelijk nevenwerkingen.
Bradycardie (traag hartritme)
Er bestaat geen medicatie die de snelheid van uw hart kan verhogen (of beter gezegd, er bestaat geen medicatie die u thuis kan innemen hiervoor). In het ziekenhuis zelf kan in sommige gevallen wel medicatie intraveneus toegediend worden met dit doel.
Als de bradycardie ernstig genoeg is, kan beslist worden om een pacemaker in te planten. De pacemaker is een klein toestelletje dat in de borstwand onder de huid geplaatst wordt en die het hart door middel van kleine elektrische prikkels zal stimuleren om sneller te slaan. Dit dient natuurlijk overlegd te worden met een cardioloog.
Tachycardie (snel hartritme)
Afhankelijk van waar in het hart de ritmestoornis ontstaat (in de hartkamers zelf of erboven), kunnen verschillende behandelingsstrategieën aangewend worden.
Medicatie
Er bestaan vele verschillende ‘anti-aritmica’ of ‘anti-ritmestoornismedicatie’. Het is niet altijd even gemakkelijk te bepalen welk geneesmiddel of welke combinatie van geneesmiddelen voor welke patiënt het beste werkt. Sommige van deze medicatie zal enkel het hartritme wat vertragen, andere werken dan eerder in op de regelmaat van het hart.
Al deze geneesmiddelen werken op een andere manier in op het hart. Een geneesmiddel dat werkt voor één ritmestoornis, kan voor een andere ritmestoornis soms zelfs een averechts effect hebben! Het is dus bijzonder belangrijk om bij elke aanpassing in deze medicatie goed met uw cardioloog af te spreken welke dosis u moet innemen, wanneer u deze moet innemen en waar u op moet letten.
Ablatie
Bepaalde ritmestoornissen ontstaan door de aanwezigheid van extra geleidingsvezeltjes in het hart of groepjes van hartspiercellen die ongecontroleerd elektrische signaaltjes uitzenden. In dergelijke gevallen kan gekozen worden om door middel van ‘ablatie’ (of ‘wegbranden’) de ritmestoornis te behandelen.
Door middel van katheters zal men in dit geval via de lies naar het hart gaan en daar de exacte locatie gaan zoeken van deze vezeltjes of cellen. Aan de tip van deze katheters zit een speciale elektrode die in staat is een deel van het abnormale weefsel te vernietigen. Deze littekens gaan dan de verantwoordelijke vezels of cellen verhinderen om elektrische signalen door te laten of uit te zenden (ablatie).
Over de jaren heen is de ablatietechniek erg verfijnd en kunnen steeds meer mensen geholpen worden op deze manier. Echter, niet elke ablatie is even succesvol, waardoor in sommige gevallen bijkomende ablaties dienen verricht te worden. De risico’s en de kans op succes bespreekt u best op voorhand met een elektrofysioloog (dit is een cardioloog gespecialiseerd in ritmestoornissen).
ICD of implanteerbare (cardiale) defibrillator
Bij (risico op) levensbedreigende ritmestoornissen die ontstaan in de hartkamers, kan het nodig zijn de patiënt hiervoor te beschermen door middel van een implanteerbare defibrillator. Deze defibrillator of ICD is een toestelletje dat, net zoals een pacemaker, in de borstwand onder de huid geplaatst wordt. Wanneer deze gevaarlijke ritmestoornissen dan optreden, zal de ICD het hart een elektrische ontlading geven om zo een normaal en veilig ritme te herstellen.