Verschillende stents
Er bestaan verschillende types stents. Los van de verschillende maten (gaande van een diameter van 2.25 mm tot en met 5 mm en een lengte van 8 tot 38 mm), bestaan er stents die puur uit metaal bestaan (tevens het eerste type stent), stents die bedekt zijn met een speciale ‘coating’ (bijvoorbeeld titanox, een titaniumlegering), stents die bedekt zijn met medicatie en worden er studies gedaan rond stents die op termijn afgebroken worden door het lichaam. Aangezien stents worden gebruikt om de kransslagaders van het hart open te maken en houden, is het belangrijk de juiste stentkeuze te maken voor elke individuele patiënt.
Waarin verschillen deze stents nu en waarom is niet iedereen gebaat bij dezelfde stent?
Toen de stent zijn intrede maakte in de behandeling van vernauwingen van de kransslagaders, was men reeds enige tijd bezig vernauwingen te behandelen door middel van ballonnetjes, dit heet ‘ballondilatatie’. Veel mensen konden reeds op deze manier geholpen worden, doch men zag regelmatig dat vernauwingen ‘terugkwamen’; en soms op heel korte termijn (<24u na de ballondilatatie). Een oplossing voor dit probleem was de stent. Deze metalen structuur kon het bloedvat openhouden en het hervernauwen van de bloedvaten kon in zeer veel gevallen verhinderd worden.
Echter, deze metalen structuur in het bloedvat kende ook belangrijke nadelen.
Ten eerste konden bloedklontertjes ontstaan door contact tussen bloed en het vreemde materiaal (in dit geval de metalen stent), waardoor het bloedvat ter hoogte van de stent plots afgesloten kan worden. Klontervorming in een stent heet in het medisch jargon ‘stent-thrombose’. Het risico op klontervorming hangt vooral af van de lengte van de stent (hoe meer metaal, hoe groter het risico). Men zal dus nooit een langere stent plaatsen dan strikt noodzakelijk.
Een ander probleem dat kan optreden na stentimplantatie is het hervernauwen van het bloedvat door een overdreven reactie van het lichaam met vorming van littekenweefsel in de stent. In een normale situatie zal langzaamaan het bloedvat een dun laagje eigen weefsel over de stent vormen, waardoor deze niet meer in contact komt met het bloed zelf. Hierdoor is het hoger vernoemde risico op plotse klontervorming verdwenen. Jammer genoeg kan dit laagje eigen weefsel zo hard gaan groeien dat men als het ware een groot litteken vormt in de stent zelf, waardoor een nieuwe vernauwing optreedt. Artsen spreken over ‘in-stent-restenose’ (een nieuwe stenose of vernauwing in de stent). Het risico op hervernauwing binnen de stent hangt af van verschillende factoren: de diameter van de stent (meer risico in kleine bloedvaten) en het al dan niet lijden aan suikerziekte of diabetes (meer risico bij diabetespatiënten).
Zoals gezegd, bestaan stents uit een of ander metaal. Dit zijn gewoonlijk legeringen waarin metalen verwerkt zitten als nikkel, kobalt, chroom, en zo verder. Sommige mensen zijn hier allergisch aan; u kan dit vergelijken met allergieën aan ‘nepjuwelen’. Als patiënten die hieraan allergisch zijn, toch zo’n stent krijgen (omdat men het bijvoorbeeld niet op voorhand weet), kan logischerwijs een allergische reactie ontstaan. Gewoonlijk is deze reactie beperkt en hoeft men zich hier niet teveel zorgen om te maken, maar in erg zeldzame gevallen kan het de patiënt veel hinder bezorgen.
Gelukkig zijn er oplossingen gevonden voor deze belangrijke problemen.
Om klontervorming te vermijden, zal iedereen die een stent krijgt, twee soorten medicatie moeten innemen. Men noemt deze medicatie ‘plaatjes-aggregatie-remmers’; deze voorkomen letterlijk het vormen van bloedklonters. Deze combinatie bestaat uit een aspirinepreparaat enerzijds en een ander geneesmiddel dat samen met dit aspirinepreparaat klontervorming verhindert. Het tweede preparaat vindt men onder de namen clopidogrel, ticlopidine of prasugrel. Welke combinatie voor u de juiste is, kan u met de cardioloog bespreken. Deze medicatie mag absoluut niet gestopt worden zonder advies van de cardioloog!!!
Om hervernauwing in de stent te vermijden, heeft men stents ontwikkeld die bedekt zijn met een laagje medicatie. Deze medicatie wordt ook gebruikt bij de behandeling van bepaalde vormen van kanker en verhinderen overdreven groei van cellen. De medicatie vertraagt met andere woorden het proces waarbij de stent bedekt wordt met een eigen laagje weefsel. Dit soort stent zal dus vooral gebruikt worden bij diabetespatiënten, erg dunne bloedvaten en soms (zo nodig) bij de behandeling van hoogrisico-vernauwingen.
Bij dit laatste soort stents zal het metaal van de stent wel langer blootgesteld worden aan het bloed, omdat het bedekken met eigen weefsel veel trager verloopt. De dubbele medicatie om klonters te vermijden moet dan ook veel langer ingenomen worden! Bij ‘gewone’ stents moet men deze doorgaans één maand innemen, bij de stents bedekt met medicatie wordt aangenomen dat men minstens twaalf maanden moet rekenen. In sommige gevallen is het zelfs aan te raden deze medicatie levenslang in te nemen. Ook dit zal met u besproken worden tijdens de ziekenhuisopname.
Allergische reacties op stents kunnen vermeden worden door een type stent te gebruiken met een speciale ‘coating’. Deze dunne laag die bijvoorbeeld uit een titaniumlegering bestaat, reageert niet met het lichaam en zal zodoende contact tussen het metaal zelf en de bloedvatwand verhinderen.
Ondanks alle maatregelen die tot nu toe getroffen zijn in dit vakgebied, kunnen niet alle risico’s vermeden worden. Belangrijk is dus dat u zich goed laat opvolgen bij uw cardioloog en dat u problemen snel rapporteert aan hem/haar of aan uw huisarts.