Na de ingreep

Er wordt via de aders en slagaders in de lies gewerkt. De buisjes waarlangs gewerkt werd, zullen normaalgezien al verwijderd zijn door de verpleegkundige voor u wakker wordt. Wanneer u wakker wordt zal u dus een verpleegkundige voelen duwen in de lies tegen het nabloeden. Soms wordt er echter een speciaal toestel (een soort klem) op de lies geplaatst dat de ader dicht duwt. Dit blijft dan enige uren staan, totdat het bloeden gestopt is.

 

U kan hier de eerste dag(en) eventueel nog wat last van ondervinden. Het spreekt dus vanzelf dat u de eerste tijd uw liezen de kans moet geven om te herstellen van het prikken. Dat betekent concreet dat u een aantal uur moet blijven platliggen op de rug na de ingreep. Dit varieert van 4 tot 6 uur stil liggen. De verpleegkundige op het cathlab zal u vertellen hoe lang dit voor u zal zijn. Hierna moet u zeker nog tot de ochtend erna in bed blijven liggen. U mag dan wel wat rechter gaan zitten, of op uw zij gaan liggen.

 

Gewoonlijk mag u de dag na de ingreep terug naar huis.

 

De eerste week na de ingreep wordt van u verwacht dat u de lies niet te zeer gaat belasten, om nabloedingen te voorkomen; u mag dus:

  • niets zwaar heffen;
  • niet persen op het toilet;
  • voorzichtig zijn als u de trap neemt (geen kracht zetten op de aangeprikte zijde);
  • niet fietsen of sporten;
  • geen warm bad nemen, douchen mag wel.

 

Na deze week mag u gewoon terug alles doen, zoals u voorheen deed. Mocht u toch last krijgen van uw lies in deze eerste week of erna, neem dan contact op met uw arts of indien belet, kom naar de spoedgevallendienst! Als de lies echt terug begint te bloeden, kan u beter meteen terug naar het ziekenhuis komen.

 

Wat uw hart en het parapluutje zelf betreft, hoeft u geen speciale voorzorgen te nemen. Eens ter plaatse, blijft het ook mooi op zijn plaats zitten.

 

U zal een aantal maanden lang medicatie moeten innemen die verhindert dat er zich klontertjes gaan vormen op het ‘parapluutje’. Dit zijn zogenaamde ‘plaatjesaggregatieremmers’: we kennen ze in de vorm van ‘Plavix®’. Meestal mag u hier na zes maanden mee stoppen, maar wacht het advies van uw arts af!!!
Verder zal u een lage dosis aspirine moeten innemen (Cardioaspirine®, Asaflow®, …) en dit eveneens gedurende minimaal zes maanden.

 

Voor u naar huis gaat, krijgt u hier nog uitleg over.
Het is belangrijk om te weten dat er ook enkele nadelen zijn verbonden aan deze medicatie: het zijn allebei vormen van bloedverdunners, waardoor u sneller blauwe plekken zal krijgen. Dit is heel normaal, laat u er niet door afschrikken en stop ze zeker niet! Mocht u een operatie moeten ondergaan terwijl u deze medicijnen neemt, waarschuw dan tijdig uw chirurg!!! Hetzelfde geldt voor de tandarts.

 

In het geval u binnen het jaar na de behandeling last begint te krijgen van pijn op de borst of een plots optredende flauwte, neem dan terug contact op met uw cardioloog voor een controle-echografie van het hart! Ook wanneer u last krijgt van ritmestoornissen of hartkloppingen, laat uw cardioloog dit dan weten.