Behandeling
De behandeling van een PFO is dezelfde als die voor een ASD. We maken hier dus geen onderscheid tussen de twee en we laten ook de chirurgische behandeling (via een operatie) buiten beschouwing.
Om het defect in de voorkamerwand te sluiten, wordt gebruik gemaakt van een ‘dubbel parapluutje’. Dit parapluutje is vervaardigd uit een speciaal metaal, ‘nitinol’ genoemd, dat zo ontworpen is om (eens op zijn plaats) zijn vorm te behouden. Tussen deze metalen structuur zit een vliesje dat ervoor zorgt dat het ASD of PFO gesloten wordt.

Om dit parapluutje (‘device’, in het Engels) op zijn plaats te krijgen, gaat men in het cathlab (hartkatheterisatie-kamer, zie foto links) via de lies een ader aanprikken langs dewelke een lang buisje (katheter) wordt opgeschoven tot aan het hart. Door deze buis gaat een draad waarop het ASD of PFO-device gemonteerd is. Op deze manier wordt het device in de opening geplaatst. Het geheel wordt ontplooid en als men er zich van vergewist heeft dat alles goed op zijn plaats zit, kan men het device loskoppelen van de draad. De procedure is dan afgelopen.
Omdat de precieze plaatsbepaling bij deze behandeling zo belangrijk is, maakt de arts zowel gebruik van röntgenstralen als van echografie (zie foto’s op volgende pagina). Deze echo gebeurt langs een buis in de slokdarm. U wordt onder volledige narcose gebracht, waardoor u van dit alles geen hinder zal ondervinden.
Het ‘parapluutje’ wordt vanzelf bedekt door uw eigen weefsel over een periode van een zestal maanden.
Na de procedure kan u wat last hebben van pijn in de keel (ten gevolge van de echografie langs de slokdarm en de intubatie) en, eventueel, ook in de lies.
De hele procedure duurt ongeveer een uur. U wordt wakker gemaakt in de katheterisatiezaal zelf en voordat u terug naar uw kamer mag, gaat u nog een klein uurtje naar de ontwaakzaal ter observatie.
links het device, gezien onder röntgenstralen (RX)
rechts, het PFO gezien door echografie