De meest voorkomende hartoperatie is momenteel de coronaire bypass operatie (de zogenaamde overbrugging). Hierbij leggen de chirurgen een brug vanuit de grote slagader (aorta) naar de kransslagader voorbij de plaats van de vernauwing. Voor deze overbrugging maakt men gebruik van een stuk ader uit het been of van een slagader die aan de binnenkant van de borstkas loopt. Zo is het mogelijk om verschillende overbruggingen te maken.
Tijdens hartklepoperaties wordt een zieke hartklep (die vernauwd is of die niet goed afsluit) hersteld of -in de meeste gevallen- vervangen door een andere klep. Deze andere klep kan een metalen klep zijn. De patiënt moet dan levenslang bloedverdunners nemen. Het kan echter ook gaan om een bioprothese waarbij slechts de eerste maanden nood is aan bloedverdunners. De levensduur van een bioprothese is echter iets korter.
Zowel bij een herstel van de klep als bij een vervanging van de klep zijn, mits een goede revalidatie, de problemen nadien meestal goed onder controle en kan de patiënt terug de meeste inspanningen aan. Wel dient hij levenslang voorzichtig te zijn voor infectie van de klep, voornamelijk bij chirurgische ingrepen in besmette wonden of bijvoorbeeld darmoperaties.