Bij 1/5e tot 1/10e van de patiënten met een stent onstaat er binnen de 6 maanden op dezelfde plaats een nieuwe vernauwing (restenose) tengevolge van een overmatige littekenvorming van de binnenste laag van de bloedvatwand doorheen de mazen van de stent.
Net zoals bij ballondilatatie of stenting kan de arts een speciale radioactieve sonde ter hoogte van de stent inbrengen om zo het littekenweefsel te bestralen. Het wordt daardoor genetisch gewijzigd zodat het niet meer kan groeien. Het metaal van de stent is hierdoor wel langer blootgesteld aan de bloedbaan aangezien de stent minder snel zal bedekt worden door de normale bekleding van de bloedvatwand. De patiënt krijgt in de meeste gevallen een aanvullende behandeling met medicatie (Ticlid of Plavix) gedurende tenminste 6 maanden.