De functie van het hart wordt niet alleen beïnvloed door de kwaliteit van de kransslagaders en van de hartspier zelf, maar ook door de kleppen. De in- en uitlaatkleppen van het hart dienen in een mensenleven ongeveer 2 miljard keer te openen en te sluiten. Zelfs het meest weerstandige materiaal zal enige slijtage vertonen na zulk een langdurige belasting. Komt daarbij dat ziektes de hartkleppen kunnen beschadigen. Zo kan er een bacteriële ontsteking ontstaan van de klep met een versneld verslijten tot gevolg. Bij sommige aangeboren klepafwijkingen zien we een snellere degeneratie, waardoor ze reeds op jongere leeftijd klachten beginnen te geven. In veel gevallen gaat het proces van aderverkalking zich ook tonen in de kleppen, met op hogere leeftijd verkalking van bepaalde kleppen tot gevolg.
Functioneel uiten deze klepafwijkingen zich in extra werk voor het hart. Enerzijds kan de klep vernauwd zijn, waardoor het hart harder moet persen om het bloed door deze vernauwde klep te jagen. Anderzijds kan de klep ook lekken, waardoor het bloed enkele malen heen en weer stroomt alvorens het zijn tocht door het lichaam onderneemt. Zowel een vernauwde als een lekkende klep geven een extra belasting voor het hart. Gezien ons hart in de meeste gevallen een grote reservecapaciteit heeft, zullen we in het beginstadium van een lekkende of vernauwde klep nauwelijks iets merken. Eventueel kan de arts een hartgeruis opmerken of kan bij de cardioloog via een echografie ook gezocht worden welke klep problemen stelt. Enkel indien het lek of de vernauwing zeer ernstig wordt en lang bestaat, zullen zich klachten beginnen voordoen.
bij een ernstig lekkende of vernauwde klep zal de patiënt klagen over:
In dat geval is een grondig onderzoek nodig door een cardioloog waarna men in veel gevallen zal kiezen voor een chirurgische correctie van het klepprobleem. Er bestaan op dit moment immers nog maar weinig methoden om via catheters te herstellen. In de meeste gevallen is dus een operatie nodig.
Hier heeft de chirurg ook verschillende keuzes: hij kan de klep herstellen zo deze niet te zwaar beschadigd is, of hij kan de klep verwijderen en een biologische of een metalen kunstklep plaatsen.
Zowel bij een herstel van de klep als bij een vervanging van de klep zijn, mits een goede revalidatie, de problemen nadien meestal goed onder controle en kan de patiënt terug de meeste inspanningen aan. Wel dient hij levenslang voorzichtig te zijn voor infectie van de klep, voornamelijk bij chirurgische ingrepen in besmette wondeswonden of bijvoorbeeld darmoperaties. Ook is in vele gevallen een bloedverdunning noodzakelijk, zeker wanneer het gaat om een metalen kunstklep. Deze bloedverdunning vereist een zeer zorgvuldige opvolging door de huisarts.